Er zijn twee meetmethoden:

Meetmethode A: Gebouw in afgewerkte toestand, hier wordt de energetische situatie van het gebouw gemeten. Controle op EPG- berekening (Energie Prestatienorm Gebouwen) en PHPP- berekening. (passiefhuisnorm) Meting van de woning zoals deze zal worden opgeleverd.

Meetmethode B: Hier meten we de luchtlekkage van de gebouwschil. Dit is een meting waarbij de afwerkkwaliteit van de gebouwschil ter discussie gesteld kan worden en indien mogelijk te verbeteren.Meting van de luchtdichte schil op een willekeurig moment als de luchtdichte schil is aangebracht. Voor woningen kan de volgens NEN 2686 gemeten luchtdoorlatendheid worden vergeleken met de eis in het Bouwbesluit en met de infiltratiewaarde die bij de berekening van de energieprestatie is gehanteerd.

BlowerDoor simulatiestromen

BlowerDoor simulatiestromen

Bij de beproevingsmethode luchtdoorlatendheid conform NEN 2686 / NEN-EN 13829 wordt het gebouw met behulp van een ventilator op onder- of overdruk gezet en wordt vervolgens de luchthoeveelheid gemeten. Deze meting wordt bij verschillende drukverschillen uitgevoerd. De resultaten van deze meting worden vervolgens weergegeven in een druk/volumekarakteristiek, een grafische voorstelling van het verband tussen de luchtvolumestroom en het luchtdrukverschil. Op basis hiervan kan de volumestroom worden bepaald bij een drukverschil van 10 Pa, de zogenaamde karakteristieke luchtvolumestroom (qv;10;kar).

 

© 2017. Alle Rechten Voorbehouden - Website door Jb-WebDesign.nl